Taalgrens blijft nog steeds zorggrens

Op Twitter probeerde de studiedienst van sp.a om volksvertegenwoordiger Yoleen Van Camp en ikzelf tegen elkaar uit te spelen. Ze wilden dit doen door een klassieke truc toe te passen, namelijk het gebruiken van fragmentaire informatie.

De socialistische studiedienst verwijst hiervoor naar een parlementaire vraag die ik stelde als senator. Hieruit zou moeten blijken dat Vlaanderen meer uitgeeft aan gezondheidszorg dan Wallonië en Brussel. In haar artikel in De Standaard van zes juli legt Yoleen Van Camp uit dat je niet enkel moet kijken naar de uitgaven maar ook naar de financiering van de gezondheidszorg. Een bijzonder terechte opmerking.

Daarenboven vergalopperen ze zich op de socialistische studiedienst in hun interpretatie van het begrip ‘standaardisatie’.  In mijn 2e boek (Lof der gezondheid, van apologie tot utopie?) ging ik hier al dieper op in. Het gaat er om dat je naargelang je statuut meer recht zou mogen hebben op meer consumptie in de gezondheidszorg. Die zogezegde rechtvaardiging (of standaardisatie) doet de uitgaven dan dalen.
Guy Peeters, topman van de socialistische mutualiteiten schreef trouwens destijds het voorwoord van mijn boek. Maar dit ter zijde. Ik betwist daarin de manier waarop er gestandaardiseerd wordt en waaruit zou moeten blijken dat Vlaanderen meer geld uitgeeft aan gezondheidszorg. De methodologie van de RIZIV-studie (die de uitgaven gezondheidszorg bestudeert) is onduidelijk, niet reproduceerbaar en internationaal niet erkend. Een onderdeel van de standaardisatie is overigens de vraag of je lid ben van een kloostergemeenschap… om aldus te bepalen of je “meer recht hebt op gezondheidszorg”.
Maar eigenlijk gaan ze altijd voorbij aan de fundamentele boodschap die ik al jaren breng: De taalgrens is ook een zorggrens. Deze stelling blijft gelden ook al zou Vlaanderen meer geld uitgeven. Zo geeft Vlaanderen meer uit aan huisartsgeneeskunde, thuiszorg, thuisverpleging, vaste huisarts, psychiatrie, beschermd wonen, etc. In Franstalig België wordt vooral geld uitgegeven aan spoeddiensten, specialisten, medische labo’s, medische beeldvorming, etc. Zelfs na de betwiste standaardisatie blijven die verschillen overeind. Nog dit ter zijde: in Vlaanderen slikken we te veel Rilatine en in Franstalig België slikken ze te veel antidepressiva (ook na standaardisatie van de RIZIV-uitgaven). Misschien zegt dit verschil veel of niet, maar de stelling uit mijn eerste boek (Lof der gezondheid, diagnose van het terminaal Belgisch gezondheidsbeleid) uit 2006 blijft, tot spijt van wie het benijdt, nog steeds overeind. Dat is wat Yoleen vandaag opnieuw  bevestigde.